Doelstellingen Stichting ALA!
Voorts zijn de activiteiten van Stichting ALA! te verdelen over een drietal domeinen. Binnen het domein ALA I BATAVORUM stelt de stichting zich tot doel een beeld te geven van Bataafse ruiters in het Romeinse leger, tijdens de eerste eeuw na christus, terwijl binnen het domein van de ALA I THRACVM de Romeinse ruiters uit de 2e helft van de 2e eeuw worden getoond. Het domein EQUITES STABLESIANI heeft betrekking op Romeinse ruiters uit de laat Romeinse periode, meer specifiek uit de 4e eeuw.

Copyright Peter Nuyten
ALA I BATAVORVM
[keizer Augustus had een garde van] zorgvuldig geselecteerde uitheemse ruiters, die Bataven heten, naar het eiland Batavia in de Rijn. Want de Bataven zijn de beste ruiters.
Cassius Dio - Romaike historia I.V 24,7
Archeologische onderbouwing
Op het terrein van het Kops Plateau in Nijmegen zijn verschillende vondsten gedaan die doen vermoeden dat het terrein op een moment een functie heeft gehad die gekoppeld kan worden aan een ruitereenheid van het Romeinse leger. Van Enckevort en Willems vermoeden dat hier een deel van de ALA I BATAVORUM gelegerd heeft gezeten. Driessen ziet het Kops Plateau als een mogelijk lokaal rekrutering- en opleidingscentrum voor de ruiterij van het Romeinse leger.
Hoewel het terrein van het Kops Plateau relatief klein is, zijn er direct buiten het terrein nog enkele bouwwerken gevonden, die bovenstaande opties onderbouwen. Zo zijn er in de directe nabijheid paardenstallen en manegebakken gevonden. Ook zijn er verschillende vondsten gedaan die direct gerelateerd kunnen worden aan de ruiterij. Hierbij valt te denken aan zadelhoorns, sierbeslag (phalerae en bellen) van Romeins paardentuig maar ook zeer rijke versierde, gemaskerde ruiterhelmen. Mogelijk zijn enkele hiervan tijdens rituele plechtigheden begraven. In dat geval zijn het offers van ruiters die hier hun carriere zijn begonnen en/of hun opleiding hebben genoten.

Twee ruiterhelmen, gevonden op het Kops Plateau (©Romanarmy.com)
Aangezien de bijzondere, gemaskerde ruiterhelmen van het Kops Plateau gedateerd zijn in het tweede kwartaal van de eerste eeuw na Christus, is besloten het project te focussen op de periode dat deze helmen zijn gemaakt, dus rond 50 na Chr. Ook de gehoornde zadels, waarvan enkele bronzen verstevigingen op het Kops Plateau zijn gevonden, vallen precies in deze tijd.
Ook zijn er in de directe nabijheid van het Kops Plateau verschillende skeletten van paarden gevonden en zijn er aanwijzingen voor paardenfokkers in de regio. Dit wijst er op dat er in deze regio veel paarden nodig waren, mogelijk voor de ruiterij van het Romeinse leger.
Historische onderbouwing
In de tijd van Caesar (+/- 50 v.Chr.) woonden in onze omgeving Eburonen. Nadat deze Eburonen door Caesar grotendeels waren verjaagd, mixte de rest zich met een nieuwe groep bewoners, die zich hadden afgesplitst van de Chatten in het huidige midden-Duitsland. Deze mixgroep werd Bataven genoemd. Omdat de Chatten aan de andere kant van de Rijn woonden, werden zij (en dus ook de Bataven) door de Romeinen beschouwd als Germanen, maar tegenwoordige wetenschappers zien er toch veel Keltische trekjes in.
De Bataven hadden hun kerngebied in het westen van het Rivierengebied, rond Tiel en Kessel-Lith, maar de Romeinen verlegden dat kerngebied naar het oosten door de aanleg van een soort Bataafse hoofdstad bij Nijmegen, Oppidum Batavorum. De keuze voor deze plek was vooral ingegeven door militair-strategische en logistieke redenen.
Reeds Caesar was al onder de indruk van hier voorkomende groepen ruiters, comitatus. Hij koos zelfs 400 ruiters uit voor zijn persoonlijke lijfwacht. Ook de Bataven leverden in de eerste helft van de eerste eeuw eliteruiters voor de keizerlijke garde. Tot slot vinden we in de antieke teksten wonderbaarlijke kunsten van de Bataafse ruiters. Ze zouden bijvoorbeeld in staat zijn om in volledige bepantsering een rivier te kunnen overzwemmen.
ALA I THRACUM
In de tweede eeuw na christus is het Romeinse rijk op zijn grootst en heerst er een relatief rustige periode aan de Noordgrens. De rijksgrens word in deze periode vooral bewaakt door hulptroepen die in castella langs de grens gelegerd zijn. In het achterland liggen nog enkele grotere castra waar de legioenen, ter ondersteuning, hun thuisbasis hebben. De neder-germaanse grens lijkt in deze periode vooral bewaakt te zijn geweest door Thrakische eenheden, komende uit het huidige Bulgarije. Onder hen was ook een ruitereenheid, de ALA I THRACUM.

Copyright Peter Nuyten
Uit recent onderzoek op het terrein van het Romeinse castellum Fectio, langs de A12 bij Bunnik, zijn verschillende vondsten naar voren gekomen die wijzen op de aanwezigheid van ruiter in de Romeinse tijd. Het lijkt hierbij te gaan om de ALA I THRACUM. Thrakische hulptroepen ruiters die voor het Romeinse leger de Neder-germaanse Limes bewaakten. Uit de verspreiding van grafstenen van soldaten van deze eenheid lijkt de eenheid de Limes van de noordzeekust tot aan Keulen te hebben bedient. Mogelijk lag hun hoofdkwartier in Fectio, maar ook Rindern en Worringen zijn in het verleden als mogelijke thuisbasis genoemd. De keus voor de ALA THRACUM is daarom ook logisch,aangezien deze eenheid in de behandelde periode in onze contreien actief is geweest.
EQUITES STABLESIANI
Op 17 juni 1910 werd in het veen van de Peel bij het dorpje Helenaveen, niet ver van Deurne het restant van een Laat-Romeinse helm gevonden. Aan de rechterkant van de versiering onderaan de helm staan een aantal symbolen gekrast, die de naam STABLESIA VI vormen. Het heeft er alle schijn van, dat dit een afkorting was van stablesia(ni) en sexta, oftewel het 6de regiment van de Stablesiani, en dat dit de eenheid van de eigenaar was. Aan de sporen van de eigenaar valt ook af te leiden dat het om een bereden eenheid ging, en dat lijkt te kloppen met bewijs uit andere hoek, zodat we kunnen spreken van de Equites sexti Stablesiani, oftewel het zesde bereden regiment van de Stablesiani.
![]() |
![]() |
![]() |
Romeinse ruiters uit de 4e eeuw na Christus | ||
Behalve de inscriptie op de helm van Deurne is deze 6de eenheid van de Stablesiani nergens anders bekend, maar we kennen uit andere bronnen wel eenheden van dezelfde naam. Zo worden er in de Notitia Dignitatum (opgeschreven c.394-425) de Equites secundi Stablesiani en de Equites tertii Stablesiani genoemd, en het lijkt er dus op dat er minstens zes van deze regimenten geweest moeten zijn. Helaas hebben we geen informatie van de ontbrekende andere Stablesiani die ooit tot dit korps behoord moeten hebben, maar misschien gaan zij schuil onder de namen van de andere Stablesiani- eenheden die vermeld worden, zoals de Equites Stablesiani seniores en iuniores uit Zwitserland, de Equites Stablesianorum Gariannonensium uit Brittannie, de Equites Stablesiani Italiciani uit Noord-Afrika of de dozijn Stablesiani-eenheden die langs de Donau gelegerd waren.
Wat waren de Stablesiani voor troepen? Mogelijk gaat het om de afsplitsingen van een grote ruitereenheid, die onder keizer Gallienus werd opgericht in de late derde eeuw. Gallienus was een Romeins keizer van 253 tot 268, en tijdens zijn regering werden een aantal veranderingen in het Romeinse leger doorgevoerd als reactie op de crisis die het Romeinse Rijk doormaakte tijdens de derde eeuw na Christus. Tijdens deze periode die gekenmerkt werd door hoge aantallen keizers en bijzonder korte regeringsperioden,werden de grenzen regelmatig doorbroken door invallende groepen barbaren. Als de vijand eenmaal langs de Limes was gekomen, had hij een goede kans om diep in het rijk door te dringen, en pas bij terugkeer naar eigen gebied kon het Romeinse leger weer iets doen. Onder Gallienus probeerde het Romeinse leger hieraan iets te veranderen door een diepte-verdediging te vormen.



