Ambitie
Stichting Romeinenfestival stelt als doel om twee jaar na de start van het project een reenactmentgroep te hebben opgezet, die demonstraties kan verzorgen op educatieve historische evenementen rondom het thema ‘Bataafse ruiters in het Romeinse leger’ door het neerzetten van 2 ruiters te paard. De materialen die bij deze demonstraties gebruikt worden, zullen zo authentiek mogelijk zijn en waar mogelijk gebaseerd op lokale vondsten.

Een Romeinse ruiter uit de 4e eeuw na Christus

Archeologische onderbouwing
Op het terrein van het Kops Plateau in Nijmegen zijn verschillende vondsten gedaan die doen vermoeden dat het terrein op een moment een functie heeft gehad die gekoppeld kan worden aan een ruitereenheid van het Romeinse leger. Van Enckevort en Willems vermoeden dat hier een deel van de ALA I BATAVORUM gelegerd heeft gezeten. Driessen ziet het Kops Plateau als een mogelijk lokaal rekrutering- en opleidingscentrum voor de ruiterij van het Romeinse leger.

Hoewel het terrein van het Kops Plateau relatief klein is, zijn er direct buiten het terrein nog enkele bouwwerken gevonden, die bovenstaande opties onderbouwen. Zo zijn er in de directe nabijheid paardenstallen en manegebakken gevonden. Ook zijn er verschillende vondsten gedaan die direct gerelateerd kunnen worden aan de ruiterij. Hierbij valt te denken aan zadelhoorns, sierbeslag (phalerae en bellen) van Romeins paardentuig maar ook zeer rijke versierde, gemaskerde ruiterhelmen. Mogelijk zijn enkele hiervan tijdens rituele plechtigheden begraven. In dat geval zijn het offers van ruiters die hier hun carrière zijn begonnen en/of hun opleiding hebben genoten.


Twee ruiterhelmen, gevonden op het Kops Plateau (©Romanarmy.com)

Aangezien de bijzondere, gemaskerde ruiterhelmen van het Kops Plateau gedateerd zijn in het tweede kwartaal van de eerste eeuw na Christus, is besloten het project te focussen op de periode dat deze helmen zijn gemaakt, dus rond 50 na Chr. Ook de gehoornde zadels, waarvan enkele bronzen verstevigingen op het Kops Plateau zijn gevonden, vallen precies in deze tijd.

Ook zijn er in de directe nabijheid van het Kops Plateau verschillende skeletten van paarden gevonden en zijn er aanwijzingen voor paardenfokkers in de regio. Dit wijst er op dat er in deze regio veel paarden nodig waren, mogelijk voor de ruiterij van het Romeinse leger.

Historische onderbouwing
In de tijd van Caesar (± 50 v.Chr.) woonden in onze omgeving Eburonen. Nadat deze Eburonen door Caesar grotendeels waren verjaagd, mixte de rest zich met een nieuwe groep bewoners, die zich hadden afgesplitst van de Chatten in het huidige midden-Duitsland. Deze mixgroep werd ‘Bataven’ genoemd. Omdat de Chatten aan de andere kant van de Rijn woonden, werden zij (en dus ook de Bataven) door de Romeinen beschouwd als ‘Germanen’, maar tegenwoordige wetenschappers zien er toch veel Keltische trekjes in.

De Bataven hadden hun kerngebied in het westen van het Rivierengebied, rond Tiel en Kessel-Lith, maar de Romeinen verlegden dat kerngebied naar het oosten door de aanleg van een soort Bataafse hoofdstad bij Nijmegen, Oppidum Batavorum. De keuze voor deze plek was vooral ingegeven door militair-strategische en logistieke redenen.

Reeds Caesar was al onder de indruk van hier voorkomende groepen ruiters, ‘comitatus’. Hij koos zelfs 400 ruiters uit voor zijn persoonlijke lijfwacht. Ook de Bataven leverden in de eerste helft van de eerste eeuw eliteruiters voor de keizerlijke garde. Tot slot vinden we in de antieke teksten wonderbaarlijke kunsten van de Bataafse ruiters. Ze zouden bijvoorbeeld in staat zijn om in volledige bepantsering een rivier te kunnen overzwemmen.